Hij is opgestaan!

Ik heb mij altijd laten vertellen dat de opstanding van Jezus van cruciaal belang is voor het christelijk geloof, alleen begreep ik nooit zo goed waarom. Als Jezus aan het kruis mijn zonden heeft gedragen, en daardoor mij heeft verzoend met de Vader, waarom moest hij daarna dan nog per se opstaan? Zou het niet mogelijk zijn geweest voor Hem om Zijn aardse lichaam gewoon achter te laten en weer Zijn goddelijke vorm aan te nemen?

Wellicht dat mijn beredenering wat te simplistisch is, maar het geeft wel het typische denken aan dat velen met mij deelden. De opstanding van Jezus is echter zoveel meer dan het "gewoon" weer levend worden. Er zijn velen die tijdens de aardse bediening van Jezus en daarna tot leven zijn gewekt, en toch zijn die opwekkingen een stuk minder belangrijk dan de opstanding van Jezus. In deze post wil ik jou meenemen door de Bijbel heen, en zodoende vanuit het Oude Testament naar het Nieuwe Testament zien wat het Bijbelse idee achter de opstanding van Jezus precies is, en waarom het zo belangrijk is.

Opstanding der doden in het Oude Testament

Alhoewel het niet echt een dominant thema is in het Oude Testament, is er wel degelijk het idee te vinden dat er een tijd komt dat de doden zullen opstaan. Hieronder heb ik een aantal verzen opgesomd die dit idee weergeven:

Zie het toch in: ik ben de enige, naast mij is er geen andere god. Ik laat sterven, ik geef leven. (Deut. 32:39 - NBV)

De Heer doet sterven en doet leven, zendt uit naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog. (1 Sam. 2:6 - NBV)

Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. (Psalm 49:16 - NBV)

Voor altijd doet hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg -- de Heer heeft gesproken. (Jes. 25:8 - NBV)

Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan. Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel! Uw dauw is een dauw die leven geeft, de aarde brengt haar schimmen weer tot leven. (Jes. 26:19 - NBV)

Kom, laten we teruggaan naar de HEER! Hij heeft ons verscheurd, hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden. Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven. Dan zullen wij hem kennen, ernaar jagen om de HEER te kennen. (Hos. 6:1-3a - NBV)

In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. (Dan. 12:1-2 - NBV)

Deze teksten vormden aanleiding voor Israël om tijdens de periode tussen het Oude en Nieuwe testament een leer te ontwikkelen dat aan het einde der tijden de doden door God zouden worden opgewekt. Op deze manier vormde ze hun eigen leer over de eindtijd, net zoals wij nu ook allerlei Bijbelse ideeën hebben over hoe Jezus precies zal terugkomen. Het volk Israël verwachtte een eindtijd waar de Messias, een machtig persoon gezonden door God, alle vijanden van Israël en van God zou verslaan. Dan zou God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde geven, en zouden de graven open gaan en de doden opstaan. Zonde en dood zouden er niet meer zijn, en God zou met hen wonen. Dit was dan ook de situatie toen Johannes de doper begon te prediken in de woestijn dat de beloofde Messias er nu aan kwam. Dit was het beeld wat velen van de volgens van Johannes en later Jezus dan ook hadden over wat er nu stond te gebeuren. Laten we nu eens kijken hoe het precies verder ging in het Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament: de horizon wordt verlegd

Het Nieuwe Testament begint erg optimistisch: een jonge man uit Nazareth begint te prediken over het koninkrijk van God, over hoe al de beloften in het Oude Testament spoedig zullen worden vervuld. Hij sprak met autoriteit en onderwees hen op een frisse, nieuwe manier, en mensen hingen aan Zijn lippen. Zijn discipelen, degenen die Hij had uitgekozen om dicht bij Hem te zijn en van Hem te leren, hadden wellicht nog de grootste verwachting van deze Jezus. Zij zagen keer op keer de wonderen, en moeten ook gezien hebben hoe bijzonder Hij wel niet was als persoon. Maar toen gebeurde er iets totaal onverwachts. Jezus werd gearresteerd, en voor een jury geleid die uiteindelijk oordeelde dat Hij schuldig was aan godslastering. De Farizeeën, Sadduceeën en Schriftgeleerden herkenden in deze man en zijn prediking niet de voorspelde messias, en verwierpen hem. Uiteindelijk stierf Jezus een dood die alleen voor de slechtste en laagste misdadigers bedoeld was, tot grote ontzetting van zijn trouwe volgelingen. Ik kan me zo voorstellen dat toen de discipelen bij elkaar waren na de dood van Jezus, dat ze ontredderd waren, niet wetende wat te doen. Hoe kon het toch dat deze zo bijzondere, veelbelovende man opeens dood was? Hoe zat het dan met al die beloften in de Bijbel? Moest Jezus niet Gods vijanden overwinnen, en zouden ze niet de beloofde nieuwe tijd van vrede in gaan, waar alles nieuw zou worden? En toen gebeurde er opeens iets waardoor langzaam alles op zijn plaats begon te vallen: het graf was opeens leeg, en Jezus verscheen aan Zijn discipelen. In Lukas 24:44-46 lezen we dat Jezus hen het volgende vertelde:

Hij zei tegen hen: 'Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.' Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: 'Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood.' (NBV)

Wat zouden de discipelen nu precies hebben begrepen door de uitleg van Jezus? Wat was nu precies het bijzondere aan de opstanding van Jezus? Ik denk dat het al een beetje duiderlijk moet zijn in welke richting we de antwoorden op deze vragen moeten zoeken. Paulus wist echter als geen ander uit te leggen wat de opstanding van Jezus nu precies betekent, en wat de waarde ervan is voor onze levens vandaag de dag. Laten we dus eens kijken wat hij hier allemaal over zegt.

Jezus als eersteling

De meest uitgebreide passage over de opstanding der doden staat in 1 Korinthiërs 15. Paulus reageert op de gemeente in Korinthe, waar sommigen kennelijk moeite hebben met de leer dat bij Jezus terugkomst de doden worden opgewekt en Gods kinderen een verheerlijkt lichaam krijgen. Paulus heeft een zeer uitgebreid antwoord voor de mensen die hierover twijfelen, waar ik een aantal verzen uit wil lichten:

Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. (1 Kor. 15:12-13 - NBV)

Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren. (1 Kor. 15:20-23 - NBV)

Paulus bevestigt in bovenstaande teksten dat de opstanding van Jezus het begin is van de vervulling van de profetieën in het Oude Testament over de opstanding der doden. Wat wij allemaal zullen meemaken als Jezus weer terugkomt, namelijk het opstaan uit de dood en het verkrijgen van een opstandingslichaam, heeft Jezus al meegemaakt. Voor Paulus was de opstanding van Jezus zelfs zo belangrijk dat als deze niet zou hebben plaatsgevonden, ons geloof zelfs compleet zinloos zou zijn. Waarom dit precies zo is heb ik al eerder uitgelegd in mijn post over genade, waar ik schreef dat de opstanding van Jezus betekent dat er geen zonde meer in de wereld is die nog gestraft dient te worden. Jezus' dood was voldoende om af te rekenen met alle zonden van de wereld, en Zijn opstanding was het bewijs dat er geen zonde meer gestraft diende te worden. Wij mogen daarom met complete vrijmoedigheid tot God naderen, in het vertrouwen dat Jezus al onze zonden heeft gedragen en er geen straf meer nodig is voor de fouten die wij nog begaan.

Niet alleen de opstanding van Jezus, maar ook de hoop op onze eigen opstanding uit de dood is voor Paulus belangrijk. Kijk maar naar de volgende verzen:

Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Want in die hoop zijn wij behouden. (Rom. 8:22-24a - NBG51)

Want wie Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt. (Rom 8:28-30 - NGB51)

Het feit dat wij later bij onze opstanding een verheerlijkt lichaam krijgen is voor Paulus van cruciaal belang voor ons geloof. Hij zegt zelfs in Rom. 8:24 dat we in de hoop op die latere verheerlijking zijn behouden. In verzen 28-30 legt hij dat verder uit. Paulus laat hier een volgorde zien van hoe onze redding precies werkt vanuit Gods oogpunt. God kende ons al voor de grondlegging der wereld, en koos ons uit om gelijkvormig te worden aan Zijn Zoon Jezus. Na deze uitverkiezing volgde Zijn roep tot ons om tot bekering te komen. Allen die deze roep van God positief beantwoordden, zijn daarna ook gerechtvaardigd door hun geloof in Jezus. Paulus sluit dan af met een wat vreemde opmerking, hij zegt namelijk dat God deze mensen ook verheerlijkt heeft (verleden tijd). Het lijkt er dus op dat dit al gebeurd is. De NBV vertaalt dit ook op deze manier, alsof deze verheerlijking al zou hebben plaatsgevonden. Persoonlijk geloof ik niet dat Paulus dit op deze manier bedoelde, maar dat hij een profetische verleden tijd gebruikte. Wat ik daarmee bedoel is dat in het Oude Testament bepaalde profetieën in het Hebreeuws grammaticaal in de verleden tijd staan, terwijl het gaat over dingen die nog moeten gebeuren. Het is een manier van spreken die de profeten gebruikten om te benadrukken dat een bepaalde zaak compleet vast staat, ook al moet het nog gebeuren. Ik geloof dat Paulus ook zoiets bedoelde in dit vers. De verheerlijking van ons lichaam heeft nog niet plaats gevonden, maar aan de hand van het feit dat we weten dat we uitgekozen, geroepen en gerechtvaardigd zijn, mogen we absoluut zeker weten dat we ooit ook verheerlijkt zullen worden.

De opstandingskracht van Jezus

Vaak zien we onze redding als het verzoend zijn met God de Vader, als het feit dat we rechtvaardig zijn gemaakt door Jezus. We geloven dat we daardoor naar de hemel kunnen, en dat we als zonen en dochters van God de Heilige Geest hebben ontvangen. Door die Geest kunnen we in de identiteit en autoriteit als zonen en dochters genezing en redding brengen naar degenen om ons heen. Maar ik hoop in deze post ook een ander element van onze redding te hebben laten zien, en dat is die van een hoop op de toekomst. Als we aan de eindtijd denken, dan zien we vaak beelden van oorlog, de antichrist, vervolging, natuurrampen en allerlei ellende, gevolgd door de uiteindelijke terugkeer van Jezus om alles weer goed te maken. Of wellicht geloof je dit juist niet, en zie je juist een alsmaar beter wordende maatschappij voor je waar Gods koninkrijk zich met kracht verspreid, op weg naar een idyllische samenleving onder Gods regering, gevolgd door de terugkomst van Jezus, die dan als Koning over het koninkrijk regeert. Maar de Bijbel leert ons dat onze hoop ligt in onze toekomstige verheerlijking. De nadruk die de Bijbel hier op legt zijn we grotendeels kwijtgeraakt, en dat is jammer. De hoop op heerlijkheid is fundamenteel voor ons geloof, en we kunnen zeggen dat onze redding eigenlijk niets betekent als we nooit die verheerlijking, d.w.z. het verkrijgen van ons opstandingslichaam, meemaken. Jezus heeft dit als eersteling al meegemaakt, en Zijn opstanding is dan ook het bewijs van onze eigen toekomstige opstanding. Zijn verheerlijking betekent dat ook wij ooit een lichaam krijgen dat nooit meer kan zondigen, dat zal wonen in een verheerlijkte wereld waar vrede heerst en God onder ons woont. Dat is de hoop die verborgen ligt in de opstanding van Jezus, en waar we elke keer met Pasen weer bij stil mogen staan. Hij is opgestaan, en ooit zullen wij net als Hem zijn. In die hoop leven wij.