Vrijheid van meningsuiting

De aanslagen in Parijs en Brussel staan nog vers in ons geheugen gegrift, maar ook de aanslag op Charlie Hebdo in januari 2015 zullen nog veel mensen zich herinneren. Er was toen veel ophef in de media rondom deze aanslag, en ik weet nog goed hoe een felle discussie losbarstte. Ook nu is er weer ophef over vrijheid van meningsuiting aan de hand van de opmerkingen van een Duitse komiek over Turkse president Erdogan. 

De vraag die speelt is: moeten we alles zomaar kunnen zeggen, of zit er ook een grens aan de vrijheid van meningsuiting? Mijn antwoord hierop zal je wellicht enigszins verbazen, maar enkele uitzonderingen daargelaten ben ik een groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting, ook als dat betekent dat mensen of religies gekwetst worden. Sterker nog, ik geloof dat de vrijheid van meningsuiting niet alleen cruciaal is voor een democratische samenleving, maar zelfs een heel Bijbels idee is, en dat we er als christenen grote voorstanders van dienen te zijn. "Maar hoe zit het dan met elkaar liefhebben en respecteren?" Vraag je jezelf misschien af. "Is dat dan niet veel belangrijker in de Bijbel?" Jazeker. Liefde is het grootste Bijbelse goed, en met de opdracht om God lief te hebben boven alles en je naaste als jezelf heb je de hele wet en profeten correct samengevat. Vrijheid van meningsuiting en anderen liefhebben zijn echter twee concepten die op een geheel andere manier hun plaats vinden in de samenleving. Ik zal uitleggen wat ik bedoel door uiteen te zetten waar vrijheid van meningsuiting nu eigenlijk precies over gaat.

Vrijheid van meningsuiting in onze rechtsstaat

De vrijheid van meningsuiting is wettelijk vastgelegd op drie plaatsen: artikel 7 van de Nederlandse Grondwet, artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 19 van het Internationaal Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. In de grondwet luidt de wet als volgt:

  1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.
  3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

Wat je zou moeten opvallen is het feit dat er niets wordt gezegd in de trant van "je moet altijd kunnen zeggen wat je wilt, ook als dit beledigend is". De wet gaat niet over wat je wel en niet mag zeggen, maar over het feit dat wat jij zegt nooit van tevoren gecontroleerd mag worden voordat je het uit, en dat je (enkele uitzonderingen daargelaten) ook nooit gestraft mag worden voor bepaalde uitlatingen. Het is dus geen morele of ethische vrijheid waarover gesproken wordt, maar een politieke/rechtelijke vrijheid. Dat zijn echt twee verschillende dingen. Zoals even aangegeven zijn er echter wel een aantal uitzonderingen op deze vrijheid, die duidelijk in de wet moeten zijn vastgelegd. Is een uitzondering niet vastgelegd in de wet, dan geldt gewoon de vrijheid van meningsuiting. Deze uitzonderingen worden in het het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 10 lid 2 als volgend gedefinieerd: 

Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

Hier wordt een lijstje opgesomd met diverse mogelijke uitzonderingen waardoor een rechter toch een beperking op de vrijheid van meningsuiting mag opleggen. Meestal betreft het bij het opleggen van zo'n beperking echter behoorlijk extreme zaken die op een of andere manier daadwerkelijk schade toebrengen aan de instantie of persoon over wie de uitlatingen worden gedaan. Denk bijvoorbeeld aan het proces wat momenteel gaande is tegen Geert Wilders. Wilders wordt beschuldigd van oproepen tot haat jegens Marokkanen, naar aanleiding van de toespraak waarbij hij de toehoorders opriep "minder, minder!" te roepen als antwoord of ze meer of minder Marokkanen willen in Nederland. De zaak is nog niet inhoudelijk bij de rechter behandeld, dus is er nog geen inzicht of het ook daadwerkelijk tot veroordeling komt. Maar de reden dat een rechtszaak in ieder geval mogelijk is, is omdat er hier sprake zou kunnen zijn van het aanzetten tot haat en onverdraagzaamheid tegenover een hele bevolkingsgroep. Dit gaat dus verder dan alleen het kwetsen of choqueren van mensen: de uitspraken en daden van Wilders hebben wellicht een sterk negatieve maatschappelijke invloed, en kunnen ervoor zorgen dat de Marokkaanse bevolking in ons land schade wordt aangedaan, zowel in naam als wellicht zelfs fysiek. De wet wil ons hiervoor behoeden.

Het punt zou duidelijk moeten zijn: de vrijheid van meningsuiting is juridisch van karakter, niet ethisch/moreel. Er zit natuurlijk ook wel een ethische kant aan het verhaal, en het is hier dat de meeste mensen die ageren tegen bepaalde controversiële uitlatingen zich druk over maken. Laten we hier eens naar kijken in het licht van wat de Bijbel te zeggen heeft over de vrijheid van meningsuiting.

Vrijheid van meningsuiting en de Bijbel

Een van de dingen die ik heb geleerd tijdens mijn bijbelschool periode is dat je de primaire betekenis van een bepaald woord of concept meestal terugvindt op de plaats waar deze het eerst voorkomt in de Bijbel. Passen we dit toe op vrijheid van meningsuiting dan kunnen we tot heel ver terugbladeren, namelijk tot de eerste hoofdstukken van Genesis. Toen God de aarde had gemaakt en daarop de mens plaatste, gaf hij hem de opdracht om voor de hof te zorgen, maar ook de vrijheid om van alle bomen en vruchten te eten, behalve van één specifieke boom, die van kennis van goed en kwaad. Heb je jezelf wel eens afgevraagd waarom God die boom überhaupt in de hof van Eden plaatste? Als God die boom daar niet had neergezet hadden de mensen ook niet kunnen zondigen, en hadden ze ook nooit hun relatie met God hoeven missen en waren ze nooit gestorven. Er zijn meerdere redenen te bedenken waarom God dan toch die boom daar plaatste, maar één is daarvan momenteel het belangrijkste: God wilde Adam en Eva de vrijheid laten ervaren om voor of tegen God te kiezen, zodat in hun keuze voor God hun liefde en gehoorzaamheid kan worden geuit. Oftewel, als de mogelijkheid er niet zou zijn geweest om te zondigen, wat voor waarde zou het leven van een heilig leven dan eigenlijk écht hebben? Kun je eigenlijk echt van liefde spreken als je geen andere keus hebt dan God lief te hebben en God te gehoorzamen?

Ditzelfde zou je dus kunnen zeggen voor de vrijheid van meningsuiting. Ik geloof niet dat God geïnteresseerd is in een wereld waarin we allemaal geen andere keuze hebben dan alleen die dingen te zeggen die in lijn zijn met Gods wil. Als God zo'n wereld zou hebben gewenst, dan zou dat de wereld zijn waarin we nu leven, en dit is duidelijk niet het geval. God wil niet onze keuzes van ons afnemen, maar wil juist dat we te midden van de overvloed van verkeerde keuzes die voor ons liggen uit liefde de enige juiste keuze maken, namelijk om God te gehoorzamen, te verheerlijken, om Gods naam groot te maken en Hem lief te hebben. Dit is een patroon dat we ook later nog explicieter zien terugkeren in de Bijbel.

God leidt zijn volk regelmatig naar plaatsen waar goddeloosheid heerst, en laat mensen in deze situatie een keuze maken. Denk bijvoorbeeld aan Mozes die aan het hof van de farao opgroeide. Hij leerde hier Egyptische gebruiken kennen, waarvan vele waarschijnlijk niet strookte met Gods wil. Maar uiteindelijk maakte Mozes toch een hele hoop goede keuzes in deze goddeloze omgeving, waardoor hij gevormd werd door de persoon die hij was, en uiteindelijk Israël uit de slavernij heeft geleid. Een nog beter voorbeeld is Daniël, die aan het hof van Nebukadnezar diende, en één van de magiërs was van de koning. Het Babylonische rijk was waarschijnlijk door en door demonisch van aard, en ook bij de koning merkte je hier veel van. Toch zien we geen enkele aanwijzing dat Daniël probeerde om Gods wil op te leggen aan anderen. In plaats daarvan zorgde hij ervoor dat in de omgeving waarin hij zich verkeerde zelf de juiste keuzes maakte, en daardoor rein voor God kon staan. In het Nieuwe Testament zien we dit terug bij Jezus. Voordat hij begon met zijn bediening werd hij door de Heilige Geest de woestijn in geleid waar hij beproeft werd door de duivel. Jezus kreeg telkens een keuze voorgeschoteld: hij kon stenen in brood veranderen, van de tempel springen of neerknielen voor satan zodat hij de koninkrijken van de wereld op de makkelijke manier kon krijgen. Het was in de keuzes die Jezus maakte dat de kracht van God openbaar werd.

De Bijbel lijkt dus een echt vrije keuze als iets waardevols en belangrijks te zien, maar natuurlijk is dat niet het volledige verhaal. Als laatste wil ik ook nog benadrukken dat het maken van de júíste keuze natuurlijk ook erg belangrijk is. Maar die keuze moeten we zélf maken, en zouden we dus niet als maatschappelijke norm moeten opleggen. Ik ben tegenover God verantwoordelijk over mijn daden en spreken, en daarin probeer ik anderen met liefde en respect te behandelen. Degenen die mij kennen weten dat ik absoluut niet iemand ben die het beledigen van anderen promoot, eerder het tegenovergestelde. Ook denk ik dat we als broers en zussen in Christus een verantwoordelijkheid naar elkaar toe hebben om de ander soms in liefde terecht te wijzen, zoals de Bijbel dat ook laat zien (Matt. 18:15-20). Maar dit alles is een individuele en collectieve verantwoordelijkheid die we hebben tegenover God, en staat los van de vrijheid van meningsuiting zoals we die hebben in Nederland. Natuurlijk hoop ik dat steeds meer mensen de juiste keuze maken. Ik droom van een samenleving waar mensen collectief zoeken naar Gods wil in elke situatie. Ik droom van een radicale liefde tussen mensen onderling en tussen mensen en God. Maar juist omdat ik die dromen heb wil ik pleiten voor een samenleving waarin die keuze ook écht vrij is, en niet een samenleving waarin mensen elkaar "liefhebben" omdat dit nu eenmaal moet van de wet. Als ik iemand een beledigende opmerking hoor maken op tv of internet, dan ben ik dankbaar. Dankbaar dat ik in een samenleving woon waarin dit gezegd kan worden zonder dat iemand in de gevangenis beland, of erger nog, lijfstraffen ondergaat of zelfs ter dood wordt veroordeeld. Dit is helaas nog steeds het geval in sommige landen in de wereld, en ik ben dankbaar dat dit hier niet zo is. Ik ben ook dankbaar dat ik de keuze heb gekregen om anders te zijn, en om in dat anders zijn iets van God te laten zien aan de wereld om mij heen. En in mijn dankbaarheid richt ik mijn ogen op God, en bid ik "Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel". En ik droom en bouw, in de kracht van de Heilige Geest, aan een wereld die kiest om anders te zijn, kiest om God te verheerlijken boven alle andere keuzes die er te maken vallen.